Zonnevelden

Stappen aanvraag zonneveld

Voor zonnevelden geeft de gemeente twee keer een tranche van elk 30 ha vrij.  In 2019 zijn vier projecten gekozen. De tweede tranche is open tussen 1 en 31 maart 2021. In de beoordeling doorloopt u grofweg vier stappen:

  1. Controleer op de kaart hieronder in welke zone uw beoogde projectlocatie valt. Vervolgens kunt u in de inpassingsmatrix zien, welke voorwaarden in deze zone gelden.
  2. Bekijk de informatie over landschappelijke inpassing en participatiecriteria. Hiermee zijn de randvoorwaarden bij u bekend.
  3. U kunt nu het formulier invullen en samen met een omschrijving van uw project (principeverzoek) opsturen naar energie@oude-ijsselstreek.nl. Inschrijven voor de tweede tranche is mogelijk tussen en 1 en 31 maart 2021. Inschrijfformulier Energie Opwekken
  4. Wij beoordelen alle verzoeken na het sluiten van de tweede tranche. De gekozen initiatieven gaan in de zomer 2021 door naar een reguliere projectprocedure. Hiervoor dient de initiatiefnemer o.a. een inpassingsplan en een projectplan in.

Bekijk de inpassingskaart

Bekijk informatie over het participatieplan, inpassingsplan en de procedurele kosten

Beoordeling aanvragen

Voor zonnevelden geeft de gemeente twee keer een tranche van elk 30 ha vrij. De beoordelaars besteden extra aandacht aan de ruimtelijke inpassing en (financiële) participatie.  Initiatieven met een grotere schaal op een beperkt aantal plekken hebben de voorkeur. Samenwerkingen en het uitruilen van gronden door partijen op eigen initiatief is een mogelijkheid om tot schaal grootte te komen.

Zonnevelden van < 1.000 m2 tellen niet mee in de tranche maar kunnen wel bij onvoldoende kwaliteit afgewezen worden.

Beoordeling op de volgende punten met het wegingspercentage

(Efficiënt) ruimtegebruik: 10%

ruimtebeslag in relatie tot de grootte van de tranche, meervoudig ruimtegebruik, huidig gebruik perceel, effect op toekomstig gebruik perceel

Realisatiekans: 20%

Ontwerpprincipes die net ontlasten/minder belasten, financiële inschatting e.d.

Natuur en landschap: 30%

ontwerp sluit aan bij huidige/historische omgeving, verandering natuurwaarde

Participatie: 35%

schets procesparticipatie, schets financiële participatie

Overig: 5%

Overige baten, voordelen, belemmeringen etc., als van toepassing

De gemeente houdt in haar beoordeling in de categorie ‘(efficiënt) ruimtegebruik’ rekening met de zonneladder van Natuur- en Milieufederatie. Projecten op productieve landbouwgrond kunnen rekenen op een lagere score, tenzij het zonneveld gerealiseerd kan worden in combinatie met het huidige gebruik.

Inpassingsmatrix

Bekijk de inpassingskaart

Oppervlakte

Binnen waardevol landschap

Binnen kansgebied

Binnen kansgebied met waarde bestemmingsplan buitengebied

Op (toekomstige) bedrijventerreinen

Aanvullende opmerkingen:

Voor alle categorieën gelden de algemene criteria voor inpassing.

< 1000 m2

 

mini zonnevelden

Ja, mits

  • buiten bouwvlak
  • alleen voor huishoudelijk gebruik/ opwek en gebruik op dezelfde locatie
  • motiveren waarom niet op dak of binnen bouwvlak

Ja, mits

  • buiten bouwvlak
  • alleen voor huishoudelijk gebruik/ opwek en gebruik op dezelfde locatie
  • motiveren waarom niet op dak of binnen bouwvlak

Ja, mits

  • buiten bouwvlak
  • alleen voor huishoudelijk gebruik/ opwek en gebruik op dezelfde locatie
  • motiveren waarom niet op dak of binnen bouwvlak
  • rekening houdend met de waarde bij de inpassing

Ja, mits

  • binnen bouwvlak
  • meervoudig ruimtegebruik buiten bouwvlak

Al mogelijk binnen bestemmingsplan Buitengebied

 

  •  tot 50 m2 binnen het bestemmingsvlak “wonen”
  • tot 1.000 m2 binnen het agrarisch bouwvlak
  • bij een bedrijfsbestemming alleen voor zover een specifieke aanduiding is aangegeven voor energiepark

Uitzondering: kleine zonnevelden zijn toegestaan op waterplassen.

0,1 tot 2 ha

 

kleine zonnevelden

Nee, tenzij

  • motiveren waarom niet op het dak
  • substantiële ruimtelijke en/of maatschappelijke meerwaarde wordt gerealiseerd

Ja, mits

  • motiveren waarom niet op het dak
  • substantiële ruimtelijke en/of maatschappelijke meerwaarde wordt gerealiseerd

Ja, mits

  • motiveren waarom niet op het dak
  • substantiële ruimtelijke en/of maatschappelijke meerwaarde wordt gerealiseerd

Ja, mits

  • motiveren waarom niet op het dak
  • substantiële ruimtelijke en/of maatschappelijke meerwaarde wordt gerealiseerd

Uitzondering: kleine zonnevelden zijn toegestaan op waterplassen.

2 tot 5 ha

 

middelgrote zonnevelden

Nee, tenzij

  • substantiële ruimtelijke en/of maatschappelijke meerwaarde wordt gerealiseerd

Nee, tenzij

  • substantiële ruimtelijke en/of maatschappelijke meerwaarde wordt gerealiseerd

Nee, tenzij

  • substantiële ruimtelijke en/of maatschappelijke meerwaarde wordt gerealiseerd
Nee Uitzondering: middelgrote zonnevelden zijn toegestaan op waterplassen.

> 5 ha

 

grote zonnevelden

Nee, tenzij

  • substantiële ruimtelijke en/of maatschappelijke meerwaarde wordt gerealiseerd
Ja

Ja, mits

  • rekening houdend met de waarde bij de inpassing
Nee Uitzondering: grote zonnevelden zijn toegestaan op waterplassen.

Inpassings- en participatiecriteria

Inpassingscriteria

Bij zonnevelden moet rekening gehouden met de volgende ruimtelijke criteria:

Landschappelijke inpassing:*

  • Rekening houden met en plaatsen binnen bestaande landschapsstructuren (zoals kavelgrenzen, paden, steilranden, essen en beplantingselementen);
  • Kansen benutten van het behoud, versterken en/of herstellen van (historische) landschapskarakteristieken en -structuren;
  • Een groene rand met natuurwaarde wordt toegepast aan de randen van het zonneveld.
  • Autonome vormen zijn mogelijk mits goed ontworpen;

Inpassing in de omgeving:

  • Rekening houden met zichtlijnen naar (monumentale) gebouwen;
  • Rekening houden met zichtlijnen in het landschap vanaf huizen, wegen en paden;
  • Paden en wegen blijven openbaar;
  • Afstand van het hekwerk tot de openbare weg is minimaal 4 meter;
  • Impact op zichtkwaliteit van wandelpaden en fietspaden waar mogelijk versterken;
  • Minimale schittering of lichthinder van het zonneveld voor omwonende en/of gebruikers van de omgeving aantonen;
  • Grote zonnevelden (> 5ha) hebben de voorkeur. Deze schaalgrootte kan ook tot stand komen door het samenvoegen van kleinere initiatieven in combinatie met kavelruil. Dit alles op particulier initiatief;
  • De kavel zoveel mogelijk opvullen en uitlijnen.

Klimaatbestendig:

  • Een geheel onverharde ondergrond van de zonnevelden >2 ha;
  • Mogelijkheden benutten om regenwater vast te houden op het terrein van het zonneveld.

Natuur:

  • Natuurlijke elementen en waardevol groen blijven of nemen in omvang toe bijvoorbeeld door de versterking van inheemse beplanting;
  • Bij de ruimtelijke inrichting van een park dienen minimaal 25% van het oppervlak onbedekt te zijn om te zorgen voor vegetatie, en neerslag en licht onder de panelen. Afwijken hiervan kan in overleg, mits goed gemotiveerd;
  • In het bouwwerk is rekening gehouden met de fauna in het gebied, door bijvoorbeeld de hoogte en vermazing van het hek diervriendelijk te maken;
  • Tenzij anders afgesproken met de gemeente, zorgt de initiatiefnemer voor langjarig extensief beheer gericht op behoud en versterking van de natuur(lijke elementen);
  • Het vegetatiebeheer stuurt op inheemse, kruidenrijke vegetatie.

Efficiënt ruimtegebruik:

  • Combinaties met oorspronkelijke ruimtelijke functies wordt positief gewaardeerd, bijvoorbeeld door weidegang, vrije uitloop voor kippen, waterberging en recreatie;
  • Consequentie van efficiënt ruimte gebruik op de energieopbrengst toelichten;
  • Het gebruik van landbouwkundig niet of minder waardevolle grond, zoals een voormalige vuilstort, wordt positief gewaardeerd.

* Initiatieven die in een gebied met landschappelijke waarde(s) volgens het bestemmingsplan buitengebied liggen, moeten extra aandacht besteden aan de daar genoemde waarde(s).

Participatiecriteria

De mate van participatie is onderdeel van de beoordeling van het initiatief. Hoe hoger de participatiegraad hoe hoger het initiatief scoort ten opzichte van de andere initiatieven. De initiatiefnemers werken de participatie verder uit in het participatieplan wanneer het proces van de omgevingsvergunning wordt ingegaan. Bij het indienen van het principeverzoek moet de initiatiefnemer wel kunnen aangeven met welke organisaties zij als partner op trekken voor het realiseren van (financiële) participatie.

Procesparticipatie (minimale inspanning):

  • De initiatiefnemer toont aan contact te hebben gehad over het plan met de direct omwonenden binnen een straal van 400 meter. Als het initiatief dicht aan een komgrens ligt, kan de straal in overleg met de gemeente afwijken, zodat voornamelijk de inwoners, die aan de komgrens wonen en zicht hebben op het project betrokken worden;
  • De initiatiefnemer organiseert in de volgende processtap een informatiebijeenkomst in de Nederlandse taal;
  • De initiatiefnemer biedt participatiemogelijkheden in het ontwerp aan en werkt dit uit in het participatie – en inrichtingsplan wanneer het proces van de omgevingsvergunning wordt ingegaan;
  • Bij het beheer(plan) voor het zonneveld zoekt initiatiefnemer naar samenwerking/opdrachtverlening met lokale (agrarische) (natuur)organisaties.

Financiële participatie (alleen voor zonnevelden >2 ha):

Er zijn verschillende varianten van financiële participatie (zie ook bijlage 8 voor details). De verschillende vormen krijgen verschillende waarderingen, namelijk:

  1. Mede-eigenaarschap: Particulieren (uit de regio) zijn via een energiecoöperatie mede-eigenaar van het park en hebben zo medezeggenschap.
    Projecten met 50% of meer mede-eigenaarschap worden veel positiever gewaardeerd dan degenen met minder dan 50%.
    Om bij de beoordeling van het principeverzoek te scoren, dient de initiatiefnemer een concrete samenwerkingspartner (in oprichting) te hebben om te garanderen dat mede-eigenaarschap daadwerkelijk gerealiseerd kan worden. Dit kan bijvoorbeeld een energiecoöperatie of een belangenvereniging zijn.

    Als optie 1 niet mogelijk is of niet wordt aangeboden, is de initiatiefnemer verplicht om optie 2 in combinatie met optie 3 aan te bieden.

  2. Financiële deelneming: Uitgifte van aandelen of obligaties (bijvoorbeeld crowdfunding);
  3. Omgevingsfonds: de initiatiefnemer stort een bedrag in een fonds voor de lokale omgeving en zoekt actief naar een lokale partners die het fonds beheren en/of voor de selectie van doeleinden zorgen. Dit gebeurt in samenspraak met de gemeente.

    Optie 4 is een extra die een initiatiefnemer aanbiedt onafhankelijk van de eerder genoemde opties.
  4. Omwonendenregeling: De omwonenden worden individueel of als groep gecompenseerd. De vorm van compensatie wordt in samenspraak met de omwonenden bepaald.