11 juni 2018

Veteranen Slutter en Van der Kolk: “Mensen begrijpen vaak niet dat je jaren later nog zoveel last kunt hebben van wat je hebt meegemaakt.”

 

Introductie

Op vrijdag 29 juni 2018 organiseert de gemeente Oude IJsselstreek de jaarlijkse Veteranendag. Een bijeenkomst waar- zoals elk jaar - erkenning en waardering centraal staan. Dit jaar willen we ook u als inwoner graag betrekken bij deze dag en kennis laten maken met ‘onze’ veteranen. U bent van harte welkom vanaf 10.30 uur in de Grote Kerk in Varsseveld.

De bijeenkomst is rond 14 uur afgelopen, wij zorgen voor een lunch. U kunt zich tot 20 juni 2018 aanmelden hierbij aanwezig te zijn via e-mail: e.hetterscheid@oude-ijsselstreek.nl of via telefoon (0315) 292 292 en vragen naar Ellen Hetterscheid.

In het Gemeentenieuws van 13 juni leest u een interview met veteranen Remy Slutter (76 jaar) en Tom van der Kolk (45 jaar) die openhartig vertellen over wat zij hebben meegemaakt tijdens hun missie om de Nederlandse kolonie/Nederland veilig te houden.

Remy Slutter uit Terborg ging in 1962 vrijwillig op uitzending naar Nieuw-Guinea. De Indonesische leider Soekarno wilde Nederlands Nieuw-Guinea zo snel mogelijk inlijven. Het ‘laatste stukje Indië’ werd vanaf 1950 zodoende inzet van een slepend conflict tussen Nederland en Indonesië dat rond 1960 een sterker militair karakter kreeg. In de periode 1950- 1962 zijn in totaal ongeveer 30.000 Nederlandse militairen ingezet in het toenmalige Nederlands Nieuw-Guinea. Zij kregen in 1962 te maken met infiltraties van duizenden Indonesische militairen (parachutisten). Het kwam in die maanden geregeld tot gevechten, waarbij ook Nederlandse eenheden verliezen leden.

Tom van der Kolk uit Gendringen werd van 1996 tot 1997 uitgezonden naar Bosnië. Na de Bosnisch-Servische aanval op de enclave Srebrenica en een bloedige mortieraanval op de markt in Sarajevo, was de maat voor de internationale gemeenschap vol. Met luchtaanvallen en andere militaire acties werden de Bosnische Serviërs tot een wapenstilstand en onderhandelingen gedwongen. Deze leidden in december 1995 tot een vredesakkoord voor de multiculturele staat Bosnië-Herzegovina. Een door de NAVO geleide vredesmacht zag toe op de naleving van het akkoord en mocht – waar en wanneer nodig – vrede met geweld afdwingen.

“Altijd als ik het Wilhelmus of The Last Post hoor, of als ik bij een herdenking oud-strijders zie dan komen de tranen en heb ik een onrustige nacht. En dat wordt alleen maar erger naarmate ik ouder word”, zegt Remy Slutter. “Dan kunnen we elkaar een hand geven”, vult Tom van der Kolk aan terwijl hij zijn hand uitsteekt naar Slutter. Beide heren kennen elkaar niet, maar de verbondenheid en herkenning is er meteen.

Van der Kolk vertelt over de verschrikkingen die hij heeft meegemaakt in Bosnië. “In de eerste maanden van mijn verblijf daar wordt een legervoertuig met elf van mijn maten door Black Ice van een berg gerold tijdens een ‘road clearing’ (weg mijnenvrij maken, red.) Gevolg: twee doden en negen zwaar gewonden, waaronder m’n beste vriend. Later ben ik zelf tijdens een patrouille – door zware sneeuwval - met mijn voertuig van een schuin aflopende weg geraakt. Zo een mijnenveld in. Ik kneep met mijn handen vol in het stuur. Volgens mij zitten mijn handafdrukken er nog in. Bij terugkomst in Nederland, tijdens het inleveren van mijn spullen, vroegen ze hoe het met me ging. ‘Nu wel goed’, antwoordde ik. Er was verder geen enkele nazorg. Ik heb daarna zestien jaar ‘gewoon’ doorgewerkt en opeens kwamen de beelden en geluiden uit die tijd weer terug. Ik dacht, shit, wat is er aan de hand? Ik kreeg een enorme terugval. Nadat ik therapie had gehad, ben ik weer gaan werken. Een tijdje later, tijdens een keuring, viel ik letterlijk om. Was totaal apathisch. Ik zit nu in de ziektewet en krijg EMDR-therapie (een therapie voor mensen die last blijven houden van de gevolgen van een schokkende ervaring, red.).”

Ook Slutter merkt de laatste jaren steeds vaker dat hij te kampen heeft met nog niet verwerkte, zeer invloedrijke gebeurtenissen. “Ik heb me destijds vrijwillig aangemeld om uitgezonden te worden. Het werd Nieuw Guinea. We kregen geen enkele vooropleiding. Alleen een middagje voorlichting over tropenhygiëne en hup, gaan! De reis er naartoe was al een verschrikking, met een noodlanding op IJsland. En de wapens die we ter plekke kregen, allemaal ouwe rotzooi. Een jungle karabijn en een stengun, overgebleven spul uit de Tweede Wereldoorlog. Het stelde niks voor. Het leger was toen nog enorm hiërarchisch, regeltjes en nog eens regeltjes. In de goederenloods lagen prachtige zachtleren boots. Bij het ‘repatten’ aan het eind van de oorlog naar Holland moesten de manschappen deze loodsen leeg ruimen en zagen deze mooie boots. Ze moesten op een stapel worden gegooid en werden verbrand. Als iemand probeerde een paar te ‘redden’ en je werd betrapt kreeg je een douw (militaire straf red.).”

De situatie in Nieuw Guinea was op het laatst zwaar en onzeker, zegt Slutter. “We zaten op een stuk afgelegen eiland, met een vliegstrip. Je mocht niks doen. Het was wachten, wachten, wachten… En steeds maar weer die angst. Ik heb mensen helemaal gek afgevoerd zien worden. Het was een bush. Je werd kapot gestoken door de muggen. Om de muggen enigszins af te schrikken verbrandde je de bast van kokosnoten. Van die walm werd je zelf dan weer hondsberoerd. Maar je moest niet zeuren, je moest gewoon je werk doen.”

“Dat hoor ik nu helaas ook nog te vaak”, zegt Van der Kolk. “Mensen begrijpen vaak niet dat je jaren later nog zoveel last kunt hebben van wat je hebt meegemaakt tijdens je uitzending. ‘Je hebt er toch zelf voor gekozen’ en ‘je werd er toch voor betaald’, zijn veelgehoorde reacties. Ja hallo, denk ik dan, ik ben er wel naartoe gegaan om Nederland veilig te houden. Mensen mogen zich wel eens meer verdiepen in wat wij hebben bewerkstelligd.”

Het contact met zijn vroegere vrienden is ook veranderd zegt Van der Kolk. “Zij gaan nog lekker feesten en drinken. Als ik een café binnenkom, zorg ik altijd dat ik met mijn rug naar de muur zit, met zicht op de deur. Dat is een overlevingsmechanisme, dat raak je nooit meer kwijt. Na twee biertjes hou ik het meestal voor gezien.”

Ondanks alles hebben beide heren geen spijt van hun missie. “Ik zou het zo weer doen”, klinkt het eensgezind. “Die saamhorigheid. 24/7 ben je bij elkaar, je bent een soort familie. We hebben goede en slechte dagen. Soms hoor je een geluidje, een naam, een geurtje en dan ben je gelijk weer daar. Dan moeten ze ons even met rust laten.”

Hoe kijken ze naar de komende Veteranendag op 29 juni?

“Het is goed dat hier aandacht aan besteed wordt. Je ziet oude kameraden terug en voelt je onderling verbonden. Ook is het fijn om waardering te krijgen voor wat je gedaan hebt. We hopen dat er ook veel inwoners komen. We kijken ernaar uit om onze ervaringen met hen te delen.”